Los kwadratische vergelijkingen op en krijg direct reële of complexe wortels.
Een kwadratische vergelijking heeft de vorm ax² + bx + c = 0, waarbij a, b en c constanten zijn en a ≠ 0. Kwadratische vergelijkingen komen voor in algebra, natuurkunde, financiën en geometrie. De oplossingen (wortels) zijn de x‑waarden waar de parabool de x‑as snijdt. De discriminant (b² − 4ac) bepaalt het type wortels.
De standaardformule is x = (-b ± √(b² − 4ac)) / (2a). Is de discriminant positief, dan zijn er twee reële wortels. Is hij nul, dan is er één dubbele wortel. Is hij negatief, dan zijn er twee complexe geconjugeerde wortels.
Voer de coëfficiënten a, b en c in en klik op Berekenen. De tool berekent de discriminant en toont de wortels. Decimalen worden ondersteund en complexe wortels worden weergegeven als a + bi.
Als a nul is, wordt de vergelijking lineair (bx + c = 0). De rekenmachine herkent dit automatisch en geeft de lineaire oplossing of meldt geen of oneindig veel oplossingen.
Voor a = 1, b = -3, c = 2 is de vergelijking x² − 3x + 2 = 0 en zijn de wortels x1 = 2 en x2 = 1. Voor a = 1, b = 2, c = 5 is de discriminant -16, dus de wortels zijn complex: x = -1 ± 2i.