Trek twee breuken af en krijg het vereenvoudigde resultaat en de decimale waarde. Ondersteunt eenvoudige breuk en gemengd getal.
Breuken aftrekken is een basisvaardigheid in wiskunde. Om twee breuken af te trekken heb je een gemeenschappelijke noemer nodig. Een breuk wordt geschreven als a/b, waarbij a de teller en b de noemer is. Bij verschillende noemers zet je elke breuk om naar een gelijkwaardige met de gemeenschappelijke noemer en trek je dan de tellers af.
De formule om twee breuken a/b en c/d af te trekken is: a/b − c/d = (a × d − b × c) / (b × d). Vereenvoudig het resultaat door teller en noemer te delen door hun ggd. Bijv. 3/4 − 1/6 = (3×6 − 4×1) / (4×6) = 14/24 = 7/12.
Onze rekenmachine automatiseert dit. Kies eenvoudige breukvorm (teller en noemer per breuk) of gemengd getal (geheel getal plus teller en noemer). Het hulpmiddel vindt de gemeenschappelijke noemer, trekt af, vereenvoudigt en toont de breuk en de decimale waarde.
De rekenmachine ondersteunt positieve en negatieve breuken, onechte breuken en gemengde getallen. Ideaal voor leerlingen en voor snelle nauwkeurige breukaftrekking.
11/11 − 11/11 = 0. 3/4 − 1/4 = 2/4 = 1/2. 5/6 − 1/3 = 5/6 − 2/6 = 3/6 = 1/2. 1 1/2 − 1/2 = 3/2 − 1/2 = 2/2 = 1.